Een vader, die heb ik niet. Die is jaren binnenin hem gestorven. Zachtjes.
De man die hij nu is geworden, zie ik soms nog lopen. Dan denk ik aan die goede oude tijd.
Een slechte vader was hij niet, integendeel. Maar alles veranderde toen hij die vrouw het huis rondleidde. Ik denk dat ze alle hoeken heeft gezien.
Vanaf dan ging het bergaf. De ruzies, elkaar minder zien, ik werd puber, hij ook.
Altijd uitgaan, nooit was hij nog eens thuis. Altijd andere babysits die betaald werd met “een toertje rond het huis.”
Ja ik denk dat mijn vader dood is. De man die hij nu is, zie ik soms nog eens lopen. Ik kijk naar hem en hij kijkt terug. Zou hij weten dat hij verandert is?